Filed under: social media

The Future of Search is More than Social - Future Trends

Media_httpwwwbaekdalc_awwyl

"So far, Google and Microsoft have based their searches on things, instead of people. If you searched for recipes for tomato soup, they would find the ones that were most popular by other sites, or their relation to the specific search query. And we get a pretty good result, but from generalized perspective.

Twitter on the other hand is really good at people, or to be more precise, it could be good at it (it isn't really yet). But, Twitter covers what people close to you, in terms of influence, are talking about, and if you can combine that with Google's general results then you have something really spectacular."

The future of search is in it's social aspects. Interesting insights from Thomas Baekdal.

Allemaal aan de We-Think?

We-Think

“The spread of the web invites us to look at the future from a different vantage point, to see that what we share is at least as important at what we own; what we hold in common is as important as what we keep for ourselves; what we choose to give away may matter more than what we charge for.”

Charles Leadbeater – We-Think (Mass innovation, not mass production) (Profile Books London, 2009)

YouTube, WordPress, Facebook, Hyves, Twitter, Flickr, websites en weblogs. We publiceren allemaal en doen dat over het algemeen graag. Wachtend en hopend op een enorme stroom bezoekers zetten we de ene na de andere blogbericht, foto, statusupdate online. Delen zit nu eenmaal diep verankerd in de psyche van de mens. Maslow laat in zijn piramide zien dat hoe hoger we deze piramide beklimmen, hoe meer we behoefte hebben aan sociale contacten en vervolgens aan waardering en erkenning. Over het algemeen delen we nu relatief onbelangrijk privémateriaal met onze lezers, maar hoe zit het met programmeurs die vrijblijvend code bijdragen aan open source softwareprojecten zoals Linux? Of op Wikipedia artikelen bijhouden en controleren? Wat drijft hen om samen met honderden gelijkgestemden belangeloos tijd en moeite te stoppen in complexe ondernemingen? En hoe blijven deze schijnbaar leiderloze communities overeind? Zijn deze inzichten ook te gebruiken in de 'gewone' commerciële wereld. Charles Leadbeater probeert deze vragen in zijn boek We-Think te beantwoorden.

Welkom in de wereld van het delen. Welkom in de wereld van We-Think.

Keien en kiezelstenen
Nog niet zo heel lang geleden waren we voor onze informatievoorziening afhankelijk van een aantal grote partijen. Zo haalden we ons nieuws van het NOS, RTL of van kranten als de Volkskrant of de Telegraaf. Stel je het medialandschap eens voor als een zanderig stand. Deze grote oude mediapartijen liggen als grote keien op het strand. Log, onvermoeibaar en onverplaatsbaar. Innoveren is niet het sterkste punt van deze partijen. Door de enorme omvang van de stenen werden potentieel indringers op het strand al van mijlenveropgemerkt. Natuurlijk verandert er wel eens wat, twee keien fuseren en vormen een nog grotere en loggere kei.

Stel je deze scene eens in de huidige tijd voor. De grote keien liggen er nog steeds, maar als je goed kijkt zie je dat ze langzaamaan overspoeld worden door kiezelstenen. Gewone mensen leggen kiezelstenen op het strand. Sommige zijn wat groter dan de andere, maar het aantal groeit gestaag. Door het publiceren van blogpost, nieuwsberichten, foto's en andere media wordt het medialandschap aangetast. Je ziet het nu om je heen gebeuren. De oplages van kranten dalen, de muziekverkoop zit in het slop. 'Oude' industrieën slaan om zich heen om de laatste restjes te redden. Kiezelstenen zijn de nieuwe bedrijven. Met deze heldere omschrijving start Charles Leadbeater zijn tocht ter promotie van het We-Think-principe.

Wat is We-Think?
Mensen willen deelnemen en bijdragen, ze willen hun mening geven of visie verkondigen. Ze zoeken manieren waarop ze makkelijk met hun gelijken kunnen delen en ze zoeken de manier waarop ze samen kunnen werken om iets te bereiken. We-Think draait om het opwekken van innovatie en creativiteit binnen samenwerkende groepen mensen of organisaties. Maar waarom doen mensen belangeloos mee aan We-Think-projecten? Erkenning, de op een na hoogste trap in de piramide van Maslow.

We-Think bestaat uit een organisatorische basis van drie kernbegrippen: deelname, erkenning en samenwerking. Het succes van een project hangt af van hoe makkelijk mensen er aan kunnen deelnemen. Als ze deelnemen, dan doe ze dat voor de erkenning en moet dit in voldoende mate aanwezig zijn. Als laatste moet er efficiënt samengewerkt kunnen worden. Er moet een organisatorisch systeem zijn waarmee de groep zelf beslissingen maakt en zelf de leiding heeft. Zonder deze punten zal een We-Think-project geen succes worden.

Creativiteit is een sociale activiteit die draait om samenwerking. Mensen met uiteenlopende kennis, inzichten en visies delen en ontwikkelen samen ideeën. In de huidige economie draait het er steeds meer om hoe mensen efficiënt tot nieuwe ideeën kunnen komen. Het web biedt ons in toenemende mate een platform voor het samenwerken aan ideeën en het oplossen van problemen. Nu we steeds meer mogelijkheden krijgen om op deze manier met verschillende mensen creatief vraagstukken aan te pakken, wordt de uitspraak We think, therefore we are steeds meer gerechtvaardigd.

Hoe werkt We-Think: de 5 c's
Core, Contribute, Connect, Create en Collaborate. Op basis van deze vijf punten is een We-Think-project op te zetten en te analyseren.

Core: Het begin, de kiem. In een We-Think-project moet iemand de aanstichter zijn. Iemand die met een enorme drive en visie het project aantrekt. Een goede core trekt genoeg mensen aan om een levensvatbare community te vormen. Ook van belang is het materiaal dat beschikbaar is. In een goede core is kwaliteitsmateriaal beschikbaar waarop de community kan voortborduren.

Contribute: De samenstelling van de groep is enorm belangrijk. Een bekende uitspraak (opgetekend in 1760 door de Franse filosoof Voltaire, maar waarschijnlijk veel ouder) luidt: Great minds think alike. Dat klopt zeker, maar dat is niet altijd goed. Uit de We-Think-bevindingen blijkt dat je tot betere ideeën komt als je in een groep werkt die uit volledig verschillende individuen bestaat. Van belang is ook de omvang van de groep. Een kleine, betrokken groep geeft minder resultaat dan een grote, wat minder betrokken groep. De groep moet makkelijk deel kunnen nemen aan de projecten en makkelijk hun zegje kunnen doen. Het is belangrijk om publicatiegemak te ondersteunen. Mensen doen graag mee aan dit soort projecten omdat ze op zoek zijn naar erkenning voor werk dat ze graag doen en willen delen.

Connect: Een community of organisatie waarin ideeën niet op elkaar aansluiten, zal nooit echt creatief worden en dus ook niet tot een eindproduct van behoorlijke kwaliteit komen. Bij klassieke We-Think-projecten wordt uitgegaan van een aantal basisuitgangspunten, waarop modulair gebouwd kan worden. Uit de vele modules kan de deelnemer precies kiezen wat hem/haar het beste ligt.

Collaborate: We-Think werkt alleen maar als de groep zelfstandig genoeg is en ook verantwoordelijk eigen beslissingen kan maken. De groep moet het meeste uit hun diverse kennis halen, zonder door hun verschillen uiteen gedreven te worden. Dit kan alleen maar als de groep samenwerkt aan een sterk doel, ze goede manieren ontwikkelen waarop ze ideeën kunnen waarderen en structuren en als ze de juiste vorm van leiderschap hebben. Het zijn in ieder geval geen egocentrische en zelfleidende democratieën. Het beslissingsproces moet open zijn, maar beslissingen moeten door een kleine groep mensen genomen worden.

Create: Om effectief te kunnen werken moet het werk opgedeeld worden in kleine blokjes. Deze blokjes moeten door de 'harde kern' van het project verspreid worden onder de juiste mensen uit de community. Creativiteit in dit soort groepen slaat dood als er niet een duidelijke groep leiders is die het werk selecteert en verdeelt.

“Wikipedia is like a vast birds nest of knowledge, each piece of information carefully resting on another. Yet this is a bird's nest with no bird in charge of where we put each piece. It has almost constructed itself.”

Succesfactoren
Volgens Leadbeater werkt We-Think alleen maar als er basis bestaat waaromheen een community kan vormen, productie niet al te kostbaar (in tijd en geld) is, feedback rap gegeven wordt, beslissingen snel, helder en begrijpelijk gemaakt worden, regels niet onnodig complex zijn. Tools om inhoud toe te voegen moeten simpel zijn, deelnemers moeten makkelijk contact kunnen maken en de community moet zichzelf kunnen leiden en organiseren.

Conclusie
Wordt We-Think de toekomst? Dat is moeilijk te zeggen. Wat Leadbeater zegt is nauwelijks nieuwe materie en dat zegt hij tot op zeker hoogte zelf ook, aangezien hij projecten uit het verleden oprakelt. Hij probeert het nu echter te betrekken op de netwerkeconomie en de klassieke menselijke drang om alles maar te willen delen op zoek naar erkenning en waardering. Hij geeft in zijn boek verschillende redenen aan waarom We-Think zou moeten kunnen slagen en op welke gebieden dat zou kunnen zijn. Hij gaat echter nauwelijks in op de nadelen en de stevig verankerde denkbeelden van de gemiddelde organisatie. Geld verdienen met We-Think is moeilijk alhoewel het wel mogelijk is. Leadbeater geeft wel terecht aan dat de organisaties die een hybride kunnen maken en dus We-Think kunnen koppelen aan een helder verdienmodel een grote voorsprong in de wereld zullen krijgen. In een interview met Mémé Bartels, bestuurslid van NIMA, zegt Leadbeater nog iets wat van essentieel belang is. Bedrijven moeten We-Think absoluut niet als marketinginstrument inzetten. Hij verwoordt het als volgt: ‘Organisaties zijn niet in staat om een kern in het leven te roepen en daarom heen een community te organiseren. Zij zijn daarvoor te onhandig, ze werken teveel top down. Ze zijn omzet en winst gedreven, terwijl het juist gaat om een uitwisseling van waarden tussen organisatie, consument en maatschappij. Consumenten hebben het meteen door, wanneer organisaties We-Think als instrument toepassen. Wat organisaties moeten doen is begrijpen hoe zij met hun klanten om moeten gaan en hoe zij van hun klanten gepassioneerde fans kunnen maken. Lego heeft dit goed begrepen.’

“Crowds are stupid as often as they are wise. It all depends on how individual members combine participation and collaboration, diversity and shared values, independence of thought and community. When the mix is right – as it seems to be in Wikipedia – the outcome is a powerful shared intelligence. When the mix is wrong it leads to cacophony or conformity.”